Yammie Yammie


yabyumHet waren zoete decemberweken. Eerst liet ik me verwennen door de Sint, daarna door de geneugten van de grote stad. Yammerlijk! De laatste Sinterklaas vierde ik uitbundiger dan ooit. De laatste? Jazeker! De goedheiligman vertrouwde mij toe dat het zijn laatste verjaardag in Nederland was. Waarom? Uitpakken was sinds de de euro al dubbel zo duur geworden. En nu kwam de verpakkingsbelasting daar nog eens bovenop. Dat was de doodsteek!

Inpakken was de core business van zijn onderneming. Dus zag hij de bui al hangen: het centrum van Madrid zou zwart zien van protesterende pietermannen, die vreesden voor ontslag. En dat was niet het enige. Bij het aantreden van Jan Peter, vijf jaar geleden, had hij zich nog geen zorgen gemaakt over het voortbestaan van zijn suikerwerkfabriek. ‘Na zuur komt zoet,’ was immers diens belofte.

Maar sinds het vierde optreden van Harry Potter, die slechts de schatkist spekte, kwam het faillissement in zicht. De Sint, de eeuwenoude initiator van het ultieme Nederlandse suikerfeest zou zich moeten inburgeren als zuurwerkfabrikant. Nou ja!

Die tovenarij ging de Sint te ver. Hij zette zijn jaarlijkse verblijfsvergunning op het spel door de jeune premier met zichzelf te confronteren: alle speculaaskruiden zijn van de VOC. Het mocht niet baten. Erger nog: Sint’s Wikipedia-bijdrage – ‘marsepein schrijft Nederland met een lange ij’ – werd van regeringswege vervangen door: ‘taai-taai valt onder de genotsbelasting’.

Zonder beurt toch
aan de beurt
 
Ik had te doen met de goedheiligman, die mijn ogen opende met de verzuchting: ‘Alles wat God niet heeft verboden, verbiedt Allah wel, en anders een roomsrood kabinet.’ Er viel nog maar kort te genieten van wat ik altijd al had gewild maar mezelf had verboden.

Dus kocht een zitplaats voor een staanplaats in de trein naar Amsterdam, spoorde naar de twilight zone van de grote stad! Daar werden verboden vruchten immers het langst bewaard, zij het voor schatkistvullende toeristen, die dollars voor euro’s kochten als knollen voor citroenen.

How low can you go? Dat was mijn missie, geïnspireerd door een draadloze Apache op grasspriethoogte, als ware hier het zand van Afghanistan. Onder het motto ‘vraag niet hoe het kan, maar profiteer ervan!’ zoop ik me ’s ochtends vroeg een coma, zoals ambtenaren onbekommerd kommaneuken. Uitgeroest ging ik me ’s middags te buiten aan vers verboden paddo’s. Om ’s avonds te genieten in Yab Yum, dat op punt van sluiten stond.

Keurig gekamd schaamhaar – in bibop-style – lachte me geil tegemoet. Yammie Yammie! Maar aan kiezen kwam ik niet toe. Het erotische etablissement werd plots overmand door een netgepakt gezelschap, dat binnentrad met wapperend VOC-vaandel en slaande trom. Voorop ene JéPé, die slechts het refrein meezong: ‘Laten we blij zijn met elkaar!’ In zijn kielzog Wouter, een hedendaagse Robin Hood, die niet van rijken maar van allen stal.

De luxe peeskamers zaten vol vóór ik er erg in had. Achtergebleven, hoorde ik de aaah’s en oooh’s van genot door de dunne wanden heen. Ik sipte af, maar kon bij het uitgaan een grimlach niet onderdrukken. ‘Jij bent zó ontzettend goed! Jij bent… jij bent crimineel!’ Daar kon een getapte rechter zijn voordeel mee doen.

Een uurtje later was ik thuis. Met een bon aan mijn broek, want geen ID op zak. Zonder beurt toch aan de beurt. Zoals er vandaag de dag meer genot wordt belast dan beleefd. Yammer!
Maar wacht tot ik het écht voor mijn kiezen krijg!

  1. No comments yet.
(will not be published)
  1. No trackbacks yet.